waardestellingen

Rijksveeartsenijschool Utrecht

De Rijksveeartsenijschool in Utrecht. MSTATEMA heeft onderzoek verricht en waarderingen opgesteld van het terrein en de bouwwerken van de voormalige Veeartsenijschool aan de Biltstraat in Utrecht. In 1819 besloot het Rijk een Rijks Veeartsenijschool op te richten. De school die sinds 1917 onder de naam Veeartsenij Hogeschool bekend stond en in 1925 als zesde faculteit bij de universiteit werd gevoegd, werd eind jaren 70 van de 20ste eeuw verlaten. Na onderzoek van de in totaal 42 bouwwerken, inclusief allerlei tijdelijke barakken werden er 11 verbouwd tot woningen en 4 hebben een culturele functie gekregen. In de loop der tijd zullen de monumentenprocedures door gemeente Utrecht worden opgestart.

Voor de school werd in 1821 werd buitenplaats Gildestein aangekocht. Huis Gildestein kreeg de functie van directeurswoning (inmiddels rijksmonument), de katoendrukkerij werd tot hoofdgebouw van de school verbouwd (inmiddels rijksmonument). Achter de bebouwing was een grote tuin, warmoezeniersland en weiland gesitueerd, dat zich in een smalle strook langs de Biltse Grift uitstrekte. In verschillende fasen breidde de school zich langs de waterloop uit en werden er terreinen bijgekocht. Uit het tweede kwart van de 19de eeuw stamt het onderwijs/woongebouw aan de Veeartsenijstraat. De omliggende weilanden werden vanaf 1880 volgebouwd met woningen, met het veeartsenijterrein als een zelfstandig en afgesloten geheel, waarop de straten van de wijk Wittevrouwen doodlopen. In de periode 1905-1915 volgde weer een bouwgolf. Karakteristiek zijn de manege (zie foto) en de proefdierstallen, naar ontwerp van rijksbouwmeester C.H. Peters. In tegenstelling tot de decoratieve eigentijdse stijl met neogotische elementen kenmerken de bouwwerken die in de periode 1916-1925 tot stand komen, zich door soberheid. Zoals het gebouw voor de kadaveroven en de hoefsmederij ter weerszijden van de Poortstraat. Verre van sober zijn echter het Veterinair Anatomisch Instituut en de Kliniek voor Kleine Huisdieren; beide naar ontwerp van J. Crouwel. De laatste werd gesitueerd op de zogenaamde ‘grote weide’ aan de Alexander Numankade, dat al sinds 1833 in gebruik was door de school. Na 1925 is er vrijwel niets meer bijgebouwd.

Opdrachtgever: Gemeente Utrecht, SO, Stedenbouw en Monumenten, februari-december 2015