waardestellingen

Kantongerecht Amsterdam

Het kantongerecht aan de Parnassusweg is tot stand gekomen naar een ontwerp uit 1969-1975 van Ben Loerakker. Het gebouw is een van de eerste kantoorgebouwen in een gebied dat later de Zuidas is gaan heten. In opdracht van Bureau Monumenten & Archeologie (BMA) voerde MSTATEMA een cultuurhistorisch onderzoek uit, gevolgd door een waardering. Aanleiding was de planvorming aan de Parnassusweg, waarbij de Rijksgebouwendienst het voornemen heeft het bestaande complex voor de rechtspraak, waarvan het kantongerecht deel uitmaakt, te vervangen door een nieuw complex. De waardering is gebaseerd op een uitvoerige beschrijving van het complex en een plaatsbepaling van het gebouw in de architectuurhistorische ontwikkeling van Amsterdam. Deze beschrijving betreft alleen het voormalige kantongerecht dat in de jaren ‘70 van de 20ste eeuw tot stand kwam en niet de uitbreidingen van het complex.

In de opzet van het gerechtsgebouw is een duidelijke scheiding gemaakt tussen de kantoorfunctie in een acht lagen hoge toren en de rechtspraak in lagere volumes van drie lagen, waarin steeds twee zalen gestapeld zijn. De kantoorruimtes bevinden zich in de kantoortoren aan een middengang, in het publieke deel zijn de zittingzalen en de enquêtekamers in drie volumes rond een centrale, vrijwel vierkante hal gesitueerd. De hal fungeert als een belangrijke ontmoetingsruimte. De constructie met de loopbruggen en vides legt door de geleding die zo ontstaat, een relatie met de menselijke maat. In het exterieur komt de indeling van kantoor- en aan de rechtspraak gerelateerde functies duidelijk tot uitdrukking. Het ruwe beton waarin de bekisting van hout en touw sporen heeft achtergelaten, bepaalt de architectuur. In de wijze waarop met de constructieve middelen ruimte wordt gecreëerd, is Loerakkers ontwerpbenadering verwant aan Nederlandse structuralisten als Herman Hertzberger en Aldo van Eyck. Een belangrijk verschil met zijn tijdgenoten is echter dat Loerakker een groot gebouw niet opbouwt uit een uitbreidbare samenstelling van ruimtelijke modulen. Bij hem is het gebouw steeds een herkenbaar, duidelijk omgrensd geheel met een herkenbare eigen identiteit.

Ben Loerakker was nauw betrokken bij de keuze van de kunstenaars die werk voor de rechtbank maakten. Kunst en architectuur versterken elkaar, met name als het gaat om de wandtapijten van Joost van Roojen.

Opdrachtgever: Bureau Monumenten & Archeologie, Amsterdam, 2011